La GTMC – La Grande Traversée du Massif Central

Met de mountain bike door het Centraal Massief

Van AVALLON naar BESSE-en-CHANDESSE

Van 16 Augustus tot 29 augustus 2020

VOORAF

1. Begin dit jaar, bij het googelen naar een update van de Franse fietsroutes lieten we ons oog vallen op een nieuwe: La Grande Traversée du Massif Central (GTMC). Dit bleek een hernieuwde en verlengde route voor mountainbikers te zijn van Avallon in de Bourgogne naar Agde aan de Middellandse Zee, zo’n 1400 km door de Morvan, de Auvergne en de Cévennes. 

2. Onze reis vorig jaar met The Great Divide Company door Canada en de VS met de mountainbike langs de Rocky Mountains smaakte naar meer!  Door prachtige stukken natuur in Frankrijk fietsen en elke dag overnachten in een hotelletje klonk nog aantrekkelijker!

3. We bestelden de 2 Topoguides via www.la-gtmc.com: de eerste twee weken beloofden dagelijks een rit van 50-60 km met 600 tot 800 m klimmen en een technisch niveau V2 tot V3 op een gradatie van 6. Dit klonk fantastisch; de route leek wel op onze maat gemaakt!

4. We kochten elk een saddlebag (Topeak) voor de “avondkledij” en een framebag (Agu) voor reserve fietsonderdelen en “avond” schoenen.  Samen met onze Camelbak Mule (3 liter water en nog plaats genoeg voor reserve fietskleren) moest dit volstaan voor de bagage.

5. We besloten van het beginpunt Avallon naar Besse te fietsen: zo’n 700 km en 14 etappes volgens de GPS- indeling op de website. Alle routes gedownload op Garmin en Wahoo. En onze Stevens mountainbikes (voorvering, 29” wielen) volledig laten nazien. De eerste 5 dagen fietsten we met 2 vrienden; daarna met ons twee.

6. We boekten alle hotelletjes/chambres d’hotes vooraf, met voorkeur voor de “hébergements partenaires van de GMTC” . Die zijn fiets (er) vriendelijk en hebben een veilige fietsstalling.

7. Wat duiding over de geografie en de administratieve indelingen waardoor de GTMC loopt: het Centraal Massief maakt ongeveer 1/6 uit van Frankrijk en spreidt zich uit over 4 régions (zie kaart bovenaan; de ontbrekende région ten Westen is La Nouvelle Aquitaine).

De Morvan is een Regionaal Park en een noordoostelijke uitloper van het Massief.  De Morvan is vooral bekend om zijn kunstmatige meren die ook Parijs van drinkwater helpen te voorzien, om zijn duurzame bosontginning en als schuilplaats voor het verzet in de 2e W.O. Château-Chinon is er de voornaamste stad.

Le Parc des Volcans d’Auvergne is een Regionaal Park in het noorden van de voormalige provincie Auvergne. Deze is herdoopt tot région na de Franse Revolutie en na 2016 samengevoegd met Rhône-Alpes als nieuwe région. Maar nog altijd naar de bescheiden mening van les Auvergnats: “La France, c’est l’Auvergne et quelque chose autour”.

De hoofdstad van de Auvergne is Clermont-Ferrand, ook wel de Michelin stad genoemd. Bekende burgers van de Auvergne zijn: Vercingetorix, koning van de Averni (“Auvergne”) en gesel van Julius Caesar; en Coco Chanel, jawel!   

Pas in 1752 werd ontdekt dat de rij “bergen” in het noorden van de Auvergne uitgedoofde vulkanen zijn, volgens sommigen zelfs nog “slapende” vulkanen. De Puy de Dôme zou de jongste zijn: hij was zo’n 5000 jaar geleden nog actief.  

Lozère is dan weer het dunbevolktste departement in Frankrijk en geeft toegang tot het Nationale Park van de Cévennes waar de Gorges du Tarn en de Gorges de la Jonte naast de Mont Aigoual wellicht het bekendst zijn.

ROUTE

Hier eerst onze statistieken (WordPress heeft zijn software veranderd, ik moet nog uitvinden hoe deze als pdf hier onder te krijgen…!! )

De dag voor ons vertrek bezochten we (nog eens) Vézelay. Vézelay is ondermeer beroemd om haar schitterende ligging en architectuur, als eindpunt en beginpunt van verschillende bedevaarten, haar basiliek van St Madeleine met inspirerende timpanen van het Laatste Oordeel en de Verlichting (als in Pinksteren) en om Rostropovich’s uitvoering van Bach’s Cello suites.

En is vooral berucht voor de diverse kruistochten die er werden opgeroepen of zich verzamelden met gruwelijke gevolgen voor alle lokale bevolkingen waar het zootje geregeld en vooral ongeregeld passeerden. En dit vóór, in of na het verlaten van het zogenaamde heilige land tot de resten van de zootjes uiteindelijk uitgeroeid werden….

De dag vóór vertrek verbleven we in Pontaubert bij Avallon in Hotel les Moulins des Ruats, naast het idyllische riviertje le Cousin.  (85 € pp demi pension). We konden er ook onze auto veilig achterlaten.

Avallon is best gezellig en heeft alle voorzieningen voor de laatste nodige aankopen.

Dag 1: Van Avallon via Chastellux-sur-Cure naar Quarré-les-Tombes: 52 km, volgens ons 1335 m klimmen, 6h24 moving time, onze gradering: V4 + V5  

De route begint in het centrum van Avallon, net voor het Office de Tourisme en de Romaanse kerk Saint Lazare en heeft onmiddellijk een interessant verloop…!

Het wordt een schitterende maar pittige eerste dag als kennismaking met de route en de Morvan! Bij momenten heel technisch maar afstappen biedt redding…. 

We dalen eerst vrij makkelijk en zalig af in prachtige bossen maar krijgen daarna toch wel steile en technische beklimmingen. Je laat Chastellux letterlijk rechts liggen. Dan komt er wat verademing aan het Lac du Crescent waarna de gids aangeeft dat het wat minder moeilijk wordt…? Tarara! Met als orgelpunt het pad “naast” de Cure waar je eigenlijk letterlijk in de bedding van loopt…

Maar algauw wenkt Quarré als een baken van rust, hoog boven je uit… 

Geslapen in het gezellige en vriendelijke Hotel du Nord op het marktje. 80 € pp demi-pension.

Dag 2 : Van Quarré-les-Tombes via Saint-Agnan naar Saulieu : 43 km, 862 m D+ , 5h44, V5 + V3.

Noem het een “stevige maar prachtige ochtendwandeling in bos met fiets” en dit tot ongeveer 2 km na de abdij van la Pierre qui Vire, met een zalig en uniek stuk tot Saint Agnan erna waar gezellige lunch mogelijkheden zich aanbieden. (La Vieille Auberge du Lac en La Maison du Lac)).

Na de lunch gaat het weer even stevig en op uitgesleten paden omhoog (daarom toch een V3 voor deze namiddag) en dit om de lunch vlugger te verteren. Maar dan en ook volgens de gids: “… ça commence à glisser bien…”.

Je passeert nog langs Saint Brisson waar je even de tijd moet nemen om het Maison du Parc du Morvan te bezoeken – en waar ook een sympathiek uitziend restaurant is. De namiddag komt nog met enkele zeer feeërieke bospaden! 

Overnacht in LdF Hotel du Bourgogne, 95 € voor kamer (het bleek het kleinste kamertje van heel de reis te worden behalve de “Eco-cabine”), 13 € pp voor ontbijt.

Dag 3: Van Saulieu via Alligny naar Montsauche-les-Settons : 36 km, 536 m, 4h00, V4 + V3

Je begint de dag met een V4 afdaling en net na Alligny een klim die je 200 meter hoger brengt. Maar verder gaan we akkoord met de gids: een rit in”… un esprit de ballade et de découverte dans un cadre bucolique…” alhoewel we dat laatste adjectief nog altijd niet echt snappen.  Alligny en Maux-en-Morvan hebben restaurant en winkel.

Je eindigt vlot (“glissant”) rond en langs het mooie Lac des Settons

Hier heb je heel wat hotel mogelijkheden. Wij verbleven in Les Grillons du Morvan, een rustig en mooi gelegen hotel met prachtige tuin; ook met eigen chocolade productie en mooie kamers (die op het gelijkvloers stappen direct uit in de tuin) en een goeie keuken. Maar niet erg vriendelijk, jammer!  (85 € pp halfpension.) Alternatieven (beiden wel met toeristische terrassen dus rumoeriger): Hotel la Morvandelle en Hotel du Lac.   

Dag 4: Van Les Settons via Planchez naar Anost : 53km, 1064 m klimmen, 4h34, V3 + V3

Dag 4 biedt een perfecte mountainbike voormiddag met glijdende pistes in idyllische bossen en met een kuitenbijter als einde waarmee je dan ook een dessertje verdient na een perfect getimede lunch in het sympathieke restaurantje le Relais des Lacs in Planchez.  Heel wat adjectieven in deze zin om te  verdoezelen dat je dan wel al weer 558 meter geklommen hebt!

De namiddag gaat door op hetzelfde elan.  Op het einde en bij het binnen rijden van Anost is er wel nog een belachelijk en overbodig stukje trappen dat je makkelijk omzeilt door nog even wat verder op de weg te fietsen.

Geslapen in Anost “waar je eet en slaapt bij Fortin” omdat het enige pension en de twee restaurants, La Galvache en Le Pizzeria er behoren tot René Fortin. Eigenlijk kan het dorp ook als “Fortin” herdoopt worden.

Maar niet mis omdat René er ook het feest van de “ecrévisses” is begonnen en die op het menu staan in la Galvache. Het restaurant is zeker de moeite alleen al voor het decor en de bediening!Hotel Le Fortin: 65€ voor de kamer en 8.5€ pp voor ontbijt.

Dag 5: Van Anost via Glux-en-Glenne naar La-Grande-Verrière: (zonder de lus rond le Bois du Roy): 46 km, 1103m, 5h27, V5 + V3.

De dag begint met een wandelklimmetje als opwarming om dan vóór Arleuf de route du tacot (oude spoorweg of ook “Galvache”, verharde route waarop runderen werden ingezet als transportdieren) te nemen. Na Arleuf gaan we de bossen in en dan begint het harde labeur, niet al te moeilijk maar wel heel zwaar. 

Bij het lezen van de beschrijving van de route die dag noteerden we: « Cette étape de la GTMC nécessite clairement un bagage plus technique que la précédente ». Je zou dus nog meer technische bagage nodig hebben die dag dan de dag ervoor?! De gids gaat verder: “…. Vóór, op en over le Bois du Roy moet je effectief je fiets dragen”. Je hebt dus nog meer techniek nodig die dag en dit om je fiets te dragen…  Dus hebben we dat stuk er maar uit gelaten!

Bij het opnieuw aansluiten bij de route – om de aanknoping te vinden rij je gewoon 200 m rechtdoor op de grindweg in plaats van links het bospad te nemen voor le Bois du Roy – moet je toch nog je fiets duwen: zo’n 200 à 300 meter aan zeker  >30% omhoog om “le vieux point de l’alpinisme du Morvan” te bereiken. Maar het loont de moeite want je krijgt er een mooie lange afdaling helemaal naar Glux voor.

(Noteer dat je vóór Glux een afslag hebt naar Port des Lamberts en les sources de l’Yonne met mogelijkheid verder te rijden naar Bibracte op Mont Beuvray. Deze afslag doen we dan wel een volgende keer…!)

Na een voormiddag met 835 m klimmen, tijd voor lunch. Die dachten we in le Petit Auberge – met Engelse eigenaars – te krijgen maar je moet er op voorhand telefonisch voor boeken! Blijkbaar zijn de mogelijkheden tot bevoorrading in Glux zo beperkt dat het restaurant enkel kan serveren waarvoor gereserveerd is.  Dus alhoewel het restaurant niet vol zat kregen we toch geen lunch, wel broodpudding.

In de namiddag moet je nog een 200 meter klimmen maar opnieuw mooie afdalingen tot aan Hotel de la Poste, beter bekend als “Chez Cécile”.

Cécile kuiert er nog altijd rond maar haar 2 zonen bemannen nu de zaal en de keuken en Claudine zwaait er de gezellige scepter. 60€ voor de kamer, 21 € voor een menu gekozen door “le team” en 8€ voor het ontbijt. En misschien laat je je ook wel verleiden door de ruime keuze aan Bourgognes die er naast jouw tafel in het restaurant uitgestald liggen. Het hotel heeft ook een aardig voorzien winkeltje.

Dag 6: Van La Grande Verrière via Etang-sur-Arroux naar Toulon-sur-Arroux: 60 km, 980m, 5h21, V3 + V3

De dag begonnen met een 2e lekke band te vervangen (de doornen werken traag maar zeker). Vandaag gebeurt heel wat van het klimmen op verharde weg. Normaal is dit niet wat je verlangt maar deze keer toch welgekomen na al het klimmen op onverhard de dagen ervoor. En in mooie landschappen!

Etang voelt aan als een wat ongezellig stadje maar komt wel met 2 bakkerijen en niet onaardige picknick plaatsen langs de Arroux. 

Tot in Dettey vind je anders niet veel behalve ook weer verharde klimmetjes. Maar Dettey komt als een oase, zeker door le Relais de Dettey met prachtige ligging en vriendelijke eigenaars.  Die ook nog koffie willen serveren in de namiddag. En ze hebben een gîte voor 4 personen – je moet wel alle maaltijden in de Relais nemen want geen andere voorzieningen in het dorpje!  Dettey zou je als rustdag kunnen nemen, “away from it all”.

Nog enkele zalige paden, meestal afdalingen door mooie bossen om tot in Toulon-sur-Arroux te geraken. Wel nog 2 lekke banden die dag.

In Toulon hadden we gekozen voor een “Eco-Cabine” (staat voor: “krap en spartaans” behalve de prijs) in Diverti-Parc.  De overnachting komt ook met een formule waarbij je zelf groenten en vlees kan grillen in een speciale grill-hut. 95€ voor de Cabine en ontbijt, 22.5€ pp voor de grill.  Diverti-Parc wil een leuker alternatief zijn voor cabines (hutjes, chaletjes) op een gewone camping. Het is er best wel gezellig. Ze voorzien ook gezonde meeneem lunches en bio-producten van de streek.

Dag 7: Van Toulon-sur-Arroux via Grury naar Bourbon Lancy: 50 km, 1016m,4h42, V3 + V4

Een doorn in de buitenband was ons de avond ervoor ontglipt, dus de ochtend begonnen met bandje vervangen en stoppen. En wat zoeken om de route te vinden omdat de GPS en de signalisatie niet overeenkomen.  Rij daarvoor op de D985 richting Luzy en ga links omhoog richting “Mont Dardon”.

Je raadt het: 530 meter klimmen die voormiddag, maar meestal verhard. Vanaf hier merkten we ook op dat de signalisatie recenter (en beter) is dan de GPS. Bij twijfel, bordjes volgen dus!

Grury kan herdoopt worden tot “Dreary”; en enkel de kapperszaak was er nog in business. Gelukkig, na Grury, weer de bossen in. En om je wat vlugger te doen klimmen: onder de 12 km/uur krijg je zwermen vliegjes rond je hoofd! Maar schitterende afdalingen met nog wat stevig klimmen – warming down – tot Bourbon.

Bourbon klinkt koninklijk -maar verwijst eigenlijk naar warmwater bronnen- en de stad heeft ook wel enkele van die trekjes: het heeft een miniatuur middeleeuws centrum met authentiek Belfort en houten kaderhuizen! Het Hotel La Tourelle Beffroi ligt er net naast en komt met “acceuil vélo” stempel. Een aanrader! 95€ met ontbijt voor 2.

Diner op het terras – de straat wordt verkeersvrij ’s avonds – van het bescheiden Restaurant du Centre: eenvoudig en goed!

Dag 8: Van Bourbon-Lancy via La Chapelle naar Moulins: 79 km, 399m klimmen, 4h50, V2 + V2

Je kan vandaag als een overgangsrit beschouwen tussen de Morvan en le Pays des Volcans; en overwegend vlak maar tegenwind kan het toch best lastig maken! Behalve enkele kasteeltjes rij je bijna in niemandsland. En je passeert heel de dag niets om te eten of te drinken…  La Chapelle zelfs niet gezien!

Merk ook op dat je vandaag soms heel wat kilometers zal afwijken van de gps-route. De signalisatie is echter overvloedig en nieuw, dus daar gingen we voor.

Ook 3 lekke banden gehad want je rijdt veel op weidewegjes (bocages) afgeboord met braamstruiken!

Bij het binnenrijden van Moulins word je nog enkele kilometers op het lokale mountainbike circuit langs de Allier gestuurd, totaal niet nodig! Dit maakte er ons humeur niet beter op…

Geslapen in LdF Hotel le Parc, goed. 95 € met ontbijt. (De vriendelijke man van de receptie bracht ons op maandagmorgen vroeg naar de Decathlon om wat nieuwe binnenbanden te halen, in het geval dat..). Gegeten op het terras van het art-nouveau Le Grand Café, dat volgens de lokalen “voor de toeristen” is.  Was ok.

Moulins en Ysseure, samengesmolten tot 1 stad hebben al het nodige. Ook een mega (-lomane) Leclerc die groter is dan de meeste internationale luchthavens.

Dag 9: Van Moulins via Châtel-de-Neuvre naar Chantelle: 68km, 930m D+, 4h56, V2 + V3

Een schitterende dag met een gevarieerd menu: het begint met een mooi padenparcours langs de authentieke Allier, wat vals plat door weidse vlakten en wat echt leuk mountainbike werk door bos tot in Besson.

We waren de dag laat begonnen dus zochten we hier al bevoorrading. Enkel “l’Aubergiste Gourmande” bleek open… Het lunchmenu bood Andouillete aan als hoofdschotel, dus kozen we als alternatief voor “Tomates-Mozza” als starter en nog meer typisch Frans, “le Burger” als hoofdgerecht. Maar wel op het terras met zicht op de eerste Eglise Peinte van de streek.

Na de lunch wat glooiend werk door de beginnende wijngaarden van AOC Saint-Pourçain en tot Châtel Neuvre (met restauratie en winkeltjes).  Tot Châtel noteerden we 322 meter klimmen en we zouden deze etappe als eerste, “mogelijk te doen “en famille” beschouwen; we nemen ze ook op als standaard V2 voor onze gradering van de etappes. (zie conclusies)

De namiddag komt als V3 omdat er nog heel wat stevig en vooral wat technisch klimwerk komt, maar ook met 2 zalig hilarische afdalingen, onverhard maar op gras en aan 40km/h!

En zeker stoppen in Verneuil-en-Bourbonnais als mooie dorpje en voor koffie of lunch “Chez Agnes, à l’imprévu”. Specialités Italiennes omdat Agnes Italiaans is. (wel even bellen indien voor lunch, niet zeker of ze die nog serveren?)   

Na de mooie kerkjes van Saulcet en vooral Fleuriel komt nog een wat moeilijke afdaling en stevige klim – maar na de Morvan: kinderspel! – tot in het centrum van Chantelle.

Groot was onze verbazing toen bleek dat de eigenaars van la Maison du Puits uit Nieuw-Zeeland komen. Murray en Jan (Janet) runnen er een prachtige chambre d’hôtes met 3 kamers. Het was maandag en ze hadden avondeten voorzien omdat alles er gesloten is die dag (overleg tussen de verschillende handelszaken is er nog niet uitgevonden!).  Een eenvoudig maar smakelijk menuutje in de tuin. 95€ voor kamer en zeer uitgebreid, lekker ontbijt. Een aanrader!

Dag 10: Van Chantelle via Ebreuil naar Riom: 59km, 1241m D+, 5h19, V3 + V4

Na 3 kuitenbijters kom je aan in Charroux, een liefelijk dorpje (“un des plus beaux villages…”) met allerlei gîtes en restaurantjes!!

Maar Charroux komt eigenlijk te vroeg op de dag om er echt te kunnen van genieten, van o.a ook de mosterd, de chocolade en de olijfolie. Dus best om je aankomst te timen voor lunch of er gewoon overnachten.

Na Charroux komt weer zo’n zinderende 40km/h afdaling op gras!  Daarna klim je een oneindig aantal keer om en rond Rochefort om eindelijk aan te komen in Ebreuil aan de Allier.  Neem hier lunch als je er niet voor gestopt bent eerder op de dag. Want het klimmen in de namiddag is brutaal, wel door bos maar op uitgesleten paden, los zand, en alles wat de natuur kan vinden om jouw diner dubbel en dik te doen verdienen!

St Hilaire de la Croix nodigt uit tot een kleine siësta… en de afdaling erna is prachtig…

Noteer dat we in Combronde – ondanks enkele cafés en winkeltjes maar om 15.00 nog alles dicht! – bij mensen hebben aangeklopt om ons water bij te vullen (ook het water aan het kerkhof was afgesloten owv rantsoenering). We hadden het nodig want de klim tot Saint-Bonnet-sur-Riom stond ons nog te wachten!

Als anticlimax eindigt de etappe op, en kom je aan op, de rotonde vóór Riom waar wij de D446 rechts naar Mozac hebben genomen om naar LdF Hotel le Moulin des Gardelles te fietsen. Je gaat beter nog even rechtdoor op de D227 om dan aan de rand van Riom rechts te nemen richting Mozac op de D986. Deze weg is rustiger en minder gevaarlijk dan de D446. Voelt ook wat korter aan (toch nog zo’n goeie 3 kilometer vanaf de rotonde!)

Le Moulin de Gardelles klinkt goed (en is ook goed!) maar veel minder romantisch dan de naam doet vermoeden! En ligt er ook zo ongezellig tussen de Leclerc’s, Intermarché’s, Renault garages en Mac Donald’s… (75€ pp demi pension; en Nikki de border colli zal je wel uitnodigen om met haar te spelen!) Fietsen mochten in de vergaderzaal.

Mijn aanbeveling voor de routeplanners (of anders zelf uit te zoeken) zou zijn om van ergens na Combronde en vóór Saint-Bonnet een fietsvriendelijke route te vinden RECHTSTREEKS NAAR VOLVIC. (Moet te doen zijn: via Yssac-la-Tourette, Châtelguyon, Enval…).

Dag 11: Van Riom naar Clermond-Ferrand: 27km, 513m klimmen (noteer: de enige keer dat wij onder de D+ van de gids bleven!), 2h27, V3

We dachten vandaag een halve dag rust te nemen: dus een korte rit en misschien wat rond te lopen in Clermont-Ferrand (CF) in de namiddag…

De voormiddag bood een V3 als etappe maar niet al te technisch al blijft het serieus hobbelen richting Châteaugay. Daarom waarschijnlijk dat dit stuk, vanop de kar met houten wielen inspiratie gaf aan de gebroeders Michelin om daar iets op te vinden…

(Noteer dat volgens de gids “Michelin” het 2e beroemdste merk ter wereld is, na Google…; “La Vache qui rit” als 3e, dan?)

Je merkt dat je een grootstad nadert. Wat geflatteer in de gids over Châteaugay kan die indruk niet ontnemen.

Boven in Malauzat bots je ineens op een richtingaanwijzer “Volvic 3 (km)”. Kort daarna, tijdens de beklimming van de Col de Bancillon die wel degelijk stukken heeft van meer dan 20% (en niet 10% volgens de gids!) en onverhard, wens je dat je die afslag had genomen!

Zoek ook nog de fout op de markering voor de GTMC, links, boven op de col!

Volgens onze ervaring kunnen grootsteden op fietstochten weinig bekoren!  Het valt moeilijk om de rust van het platteland ineens in te ruilen voor het lawaai en verkeer van een stad. Een stad bezoek je beter als jouw hoofd ernaar staat…

Hotel Clermont-Estaing (81 € kamer met ontbijt) bleek zo’n 3 km van de route te liggen en langs invalswegen; een betonblok tussen vele andere. Maar de Spartaanse inrichting ervan deed ons ook niet bewegen om in de namiddag de stad te bezoeken… Alhoewel we zeker zijn dat Clermont-Ferrand genoeg te bieden heeft…!

’s Avonds gedineerd in restaurant Oval van het rugby sportstadium (“Ovaal” en “Rugby”…got it?) op 500 meter wandelen van Estaing. 

Dag 12: Van Clermond-Ferrand naar Volvic: 21 km, 614 m D+, 2h00, V4 en Van Volvic via Le Vauriat naar Laschamp: 39km, 829m, 3h25, V4 + V3

Wat we ons niet realiseerden toen we de route vooraf bekeken is dat je na vertrek uit CF terugfietst op de weg die je de dag voorheen genomen hebt, dus nogmaals de Col de Bancillon op maar in tegengestelde richting – wat makkelijker nu maar nog steeds niet opwindend- en nogmaals door het bruisende Blanzat om dan weer aan te komen op het punt in Malauzat waar je de dag ervoor rechtdoor zou kunnen gegaan zijn. Normaal gezien pluis je de gidsen vooraf niet zo grondig uit; het wordt niet vermeld noch verwacht je dit. En aangezien er in Le Vauriat niets van voorzieningen zijn, deden we die dag eigenlijk 3 etappes.

Ook goed om weten is dat je vertrekt op 350 meter hoogte (CF) en eindigt op 950 meter (Laschamps) met als hoogste punt 1100 meter (Col de Suchet).

Na Malauzat ga je de bossen in; na Argnat wordt het stevig en hobbelend. Daarom de V4.

Volvic rij je niet binnen: een eindje ervoor klim je links flink omhoog. Je komt er weer in open natuur en van dan af figureert de Puy de Dôme doorheen heel het prachtige landschap!  Op een halfuurtje na Volvic bots je in de bossen op le Manoir de Veygoux, een museum gewijd aan de Franse Revolutie… Je kan er eten, zelfs verkleed als Robespierre of Josephine. (Zoals met alles, check welke dagen ze open zijn als je er op rekent voor lunch!).

Na deze stop komt er nog wel een technische kuitenbijter – daarom V4. Le Vauriat niet opgemerkt. Vanaf Beauregard wordt het prachtig en vanaf Col de Suchet zalig glooiend door de bossen! Met aankomst net vóór Laschamps in het uniek gelegen Archipel Volcans!

Heerlijk om er na de was en de plas in de tuin te genieten van de Puy de Dôme en van “une blanche volcanique”. Hotel Archipel Volcans: 78€ pp demi pension. Een plaats om eventueel een dag te rusten en wat te wandelen rond de Puy de Dôme.

Dag 13: Van Laschamp naar Orcival: 21km, 421m D+, 1h56, V4 

Het regende nogal dus besloten we later te starten; en dan toch maar gestopt in Orcival. Maar niet echt kunnen genieten van de vergezichten die we door de regengordijnen meenden te zien!

Een gestaag en mooi begin in bossen tot aan Recoleine, waarna vals plat in open landschap. Net achter de kerk van Saint-Bonnet-prés-Orcival een verschroeiende klim of een gestage wandeling omhoog, je bekijkt het maar…

We hadden geboekt in l’Auberge Le Cantou, maar eigenlijk is het nu Hotel Roche en het Restaurant is Le Cantou, elk met eigen beheer… maar het avond gedeelte van de demi-pension gebeurt wel nog in le Cantou (65€ pp)!

Hotel Roche liet ons, verkleumd van de kou, heel vriendelijk toe om in te checken hoewel het pas 13.30 was! (Dit is iets wat je in het achterhoofd moet houden in Frankrijk: vooral kleinere hotelletjes hebben een uur waarop de balie opengaat! Voor dat uur is er niemand of gebruikt men een excuus (tijd nodig om te desinfecteren…? ) om je niet binnen te laten.

Orcival is zo’n dorpje dat net groot genoeg en gepast is om voor het diner nog even te bezoeken: de Romaanse kerk (de moeite!) en een chocolaterie met interessant museum!

Restaurant Le Cantou wordt echter gerund door (zeer zeker!) een ex-legionair die erin slaagt om de sfeer nog vóór je iets besteld hebt te verpesten. Alvorens je er gaat, google zeker wat “Pounti”, “Aligot” en “Omble” betekenen want die staan er op de kaart; “Truffade” zou je al moeten kennen van vorige restaurants. Weet dat de meeste andere Franse gasten, dus van andere régions, die gerechten ook niet kennen! (Remember: “La France, c’est l’Auvergne et quelque chose autour”!)

Nu je dit weet echter zou je het zo kunnen spelen dat je doet alsof je zijn Franse uitleg niet onmiddellijk hebt begrepen – niet zo moeilijk omdat die zeker op volle snelheid komt. Laat hem zijn geduld verliezen – probeer hiervoor misschien: ”wat is dan het verschil tussen Truffade en Aligot?” – tot hij de junior garçon of serveuse naar jou stuurt om over te nemen. (of denk even hoe John Cleese het zou doen…). Met hun uitleg begrijp je het natuurlijk onmiddellijk.

Maar we hebben wel genoten van het menu!

Dag 14: Van Orcival via Murol naar Besse-en Chandesse: 40 km, 1020m klimmen, 3h45, V3 + V4

Net na het ontbijt, met koude kuiten en nog wat Pinot Noir van de Côtes d’Auvergne (prijs/kwaliteit véél beter dan de overprijsde Bourgognes!) in het hoofd gaat het gloeiend hard, maar op verhard omhoog! Verwacht meer dan 25%!

Maar dan wordt het een schitterende, zalige rit! Het landschap doet denken aan Oostenrijk of Zwitserland maar dan met Puys op de achtergrond.

Volg ook hier eerder de signalisatie dan de gps! Helemaal tot het prachtige meer vóór Murol. Je komt eerst aan in Chambon-sur-Lac waar een bakkerij is. Verder aan de andere kant van het meer zijn twee restaurants/snackbars waar de croque-monsieurs en de wafels uit de diepvries komen en de verse pannenkoeken pas nà 15.00 h worden geserveerd want dan pas komt de chef-pannekoeken aan.

Na Murol wordt het echter weer afzien want op rotsgrond en heel dikwijls uitgevreten door quads en ander lawaaierig tuig. 

Verbleven in Le Pont du Roy in Besse-en-Chandesse (officieel Besse-et-Saint-Anastaise), een vriendelijke Nederlandse B&B. (90€ kamer met ontbijt).

Besse is een bezoekje waard, ook om eventueel een dagje te rusten! Je kan er genieten in Le Bessoi en in La Souillarde na uitstapjes – ritjes dus – naar o.a  Lac Pavin.  We lazen ergens dat Nicovélo in Besse naast VTT-verhuur ook fietsen zou kunnen (willen) repareren, op afspraak. Onze remmen schuurden toen al een tijdje direct op de schijven, maar we waren toch op het einde van onze vakantie gekomen….

CONCLUSIES

Het stuk van Avallon naar Besse-en-Chandesse is ronduit FANTASTISCH! In variatie en schoonheid gewoonweg schitterend: het combineert de bossen van de Morvan met de rollende landschappen van de Auvergne en haar vulkanen als behang!

De mountainbike ervaring als zodanig en natuurlijk de belangrijkste reden voor de reis is UNIEK: een opeenvolging van gezellig lange stukken hilarische of technische afdalingen die jouw volledige technische bagage vereisen na combinaties van geleidelijke of steilere beklimmingen, in wijde natuur of betoverende bossen! En om de vakantie helemaal onvergetelijk te maken: lekkere en betaalbare menuutjes en wijn in typisch Franse, dus charmante kaders.

De Topoguides geven een interessante inleiding op wat er onderweg te zien valt; de  signalisatie is zeer goed maar in de Morvan vertrouwen we eerder de GPS, vanaf Bourbon Lancy vertrouwen we eerder de signalisatie want zeer recent…

Wij willen echter enkele OPMERKINGEN maken! Dit zeker omdat bepaalde zaken ofwel niet vermeld worden in de Topoguides ofwel omdat we lang niet altijd akkoord gaan met wat er beweerd wordt. Het is ook nogal duidelijk dat de gidsen voor de jonge en technisch zeer bedreven mountainbiker zijn geschreven die eerder dagtochten maakt en dit zonder bagage.

Onze opmerkingen zijn wat meer realistisch en practisch en hebben als doel de GTMC meer populair te maken voor elk soort fietser, zeker voor degene die langere stukken van de Traversée wil doen als vakantie.

Dit is van nature de ietsjes oudere fietser die er de tijd en de middelen voor heeft. (Zoals wij ook konden ervaren met The Great Divide waar de gemiddelde leeftijd rond de 57 jaar lag! Zoiets als wij, dus.)

De GTMC meer naam en faam geven blijkt ook zeer welgekomen voor de “hébergements partenaires du GTMC” die wachten op grotere aantallen fietsende bezoekers! Wij zijn op onze 2 weekse tocht slechts 3 andere “gepakt en gezakte” fietsers tegengekomen waarvan 2 met een tent.

Wie weet, op een dag zal er hopelijk ooit een GTF zijn: Une Grande Traversée de la France, vanaf les Vosges helemaal naar de Middellandse Zee!?

In elk geval doen wij de komende jaren ZEKER de rest van de GTMC tot in Agde!! En ook wel enkele stukken opnieuw nu we beter weten wat te verwachten en hoe ze aan te pakken.

Onze opmerkingen/aanbevelingen:

1.Gebruik TUBELESS banden! Anders verwordt jouw GTMC tot een GECC of Une Grande Exercice de Changer (et réparer) Chambre à aires, een grote oefening in het vervangen en stoppen van binnenbanden, dus. (En dit zeker voor de Morvan!)

Wij  hadden samen negen lekke banden in de eerste 8 dagen naar Moulins. (nog eentje in de week erna; onze twee vrienden op tubeless hadden er geen) We ontmoetten een collega biker die er meteen drie had op zijn eerste dag van Etang sur Arroux naar Moulins. … En dit vooral door de doornen van braamstruiken die als naalden door de banden heen priemen (vergeet niet een pincet mee te nemen om de doornen uit de buitenband te halen indien geen tubeless!)! En aangezien de meeste “bocages” uit bramen bestaan is fietsen met binnenbanden als Russische roulette spelen!  Zelfs Michelin banden helpen niet!

2. We vroegen ons soms af (vooral in de Morvan)  wanneer we weer eens onze fiets omhoog duwden of naar beneden hotsten op rotsen en boomstronken op een zogezegde V3 hoe V4-V5-V6 dan wel zouden zijn?? In de Topoguide kreeg geen enkele etappe een technisch hogere kwotering dan V3 mee…  Of wat is het nut om routes te graderen als je voor de helft van je beoordeling – vanaf V4 dus – een circusartiest moet zijn en voor Cirque du Soleil werken om op je fiets te kunnen blijven? Zelfs Mathieu Van der Poel – zelf met een niet onaardige stamboom – zou er zijn fiets moeten dragen…!

3.Ook het klimmen, de  D+ wordt vaak serieus onderschat (zie onze statistieken: we gebruikten 4 Garmins en 1 Wahoo de eerste week, 2 Garmins en 1 Wahoo daarna)! Dit vormt niet echt een groot probleem omdat het ervaren van het fietsen in zijn schoonheid ligt.  Maar een goeie (mentale) voorbereiding, wetende wat de dag gaat brengen draagt bij tot die ervaring; een gebrek er aan brengt die ervaring niet tot zijn volle recht…!  

4. We zouden gravel bikes door de Morvan ook ten sterkste afraden! We ontmoetten er eentje de eerste dag na Avallon … na een aantal halsbrekende afdalingen besloot hij de gewone weg naar Quarré te nemen.  Maar ook voor de Auvergne zouden we ons veiliger voelen op een mountainbike..

5. We vroegen ons ook af hoe je deze eerste week zou doen met een tent op je stuur gebonden  waardoor je maar half ziet waar jouw voorwiel naar toe snelt …? In dit opzicht is de herfst ook af te raden, dus wanneer een laagje bladeren de ondergrond bedekt. Ergens in de Topguide wordt er ook gesuggereerd dat je een karretje met bagage achter je fiets kunt trekken…?! De auteur had duidelijk een joint te veel gerookt toen ie dit schreef.  Ons advies, zeker voor de eerste week: overnacht in hotelletjes of campings met kabientjes!

6. Met een elektrische fiets? Wel, ik zou niet graag die 15+ kg fiets – nog eens met zadeltas en framebag er boven op – langs de Cure, de Cousin of helemaal langs La Pierre Qui Vire duwen… laat staan dragen op de top van de Bois du Roy! En al helemaal oppassen moet je als je electrisch verkiest omdat je al heel lang niet meer gefietst hebt!!  Hogere snelheden vereisen immers hogere vaardigheden!

7. In de topoguide en in diverse literatuur die de GTMC adverteren, wordt gesteld dat de route zelfs “en famille” kan worden gedaan …..??!! Indien uw vrouw nog één reden zoekt om de echtscheiding aan te vragen dan zal ze er zeker een hebben nadat je haar en de kinderen hebt mee genomen op een van de etappes en jullie beiden de fietsen van de kinderen meer hebt gedragen dan dat de kinderen er op gefietst hebben!

8. Als er één etappe is die je zou kunnen proberen met de familie, dan waarschijnlijk die van Moulins naar Chatel-de-Neuvre die we een V2 hebben gegeven en als standaard hebben genomen om de andere etappes die we hebben gedaan te graderen (zie onze statistieken). Deze etappe heeft een mooie combinatie van single track (piste) langs de Allier, wat glooiende stukken in open natuur en eindigt met enkele zalige bospaden: 34 km met 322 meter klimmen en met mogelijkheid tot lunch in het niet onaardige Besson als een welgekomen pauze. Dit kan een eerste test zijn  om te zien wat de familie aankan!

9. Je moet incalculeren dat je na 2 weken fietsen – en zeker na de Morvan en waarschijnlijk  ook na de Cévennes-  een klein onderhoud van de fiets moet inlassen! Dus zeker met een volledig nageziene fiets starten en reserve remblokjes én derailleurpad SPECIFIEK voor jouw fiets meenemen! Fietsateliers zijn er enkel in grotere steden en je moet er de route dikwijls voor verlaten! (en in Frankrijk lijkt alles net dicht wanneer je net iets nodig hebt. Was Murphy dan toch Frans?)   

10. Indien we hetzelfde stuk opnieuw zouden doen :

  1. Dan zouden we Clermont Ferrand (CF) vermijden en van Malauzat (dus tussen Riom en CF) meteen naar Volvic rijden. Dan vermijd je ook tweemaal de oninteressante Col de Bancillon te moeten doen… En fietsen in druk verkeer betekent altijd een anti-climax op wat anders een mooie dag fietsen zou geweest zijn.
  2. Ik zou zelfs zoeken naar een route om vóór Riom direct naar Volvic te rijden. Daardoor blijf je in eenzelfde fantastische fiets-biotoop! (Dit heb ik voorgesteld aan de organisatie van de GTMC) .
  3. We zouden sowieso om de 5-6 dagen een dag rust inschakelen. Plaatsen die we daarvoor zouden aanmerken (zie onze route beschrijving): Lac des Settons (Montsuche), Charroux (“un des plus beaux villages de la France”) , Laschamps (Archipel Volcans) , Murol (Lac Chambon), Besse….
  4. En hoe terugkeren naar de plaats van je vertrek indien je met de auto bent gegaan?
    1. Ga met de trein, niet met de auto….
    2. Terugkeren naar vertrek met de trein? Waarschijnlijk schrikt het reisplan je af wanneer je ziet dat je best toch eerst naar Parijs treint vooraleer weer zuidwaarts te gaan ….?
    3. Navette Retour? Is duur en het in het boek vermelde cap-liberte verwijst je toch door naar een taxi bedrijf! Zo werden we 540 euro gekwoteerd om van Besse terug te rijden naar Avallon! (is wel 350 km enkele richting)
    4. Het moet mogelijk zijn om dit op een andere manier te organiseren?! Waar je jouw auto achterlaat, moet er toch iemand te vinden zijn die je met jouw wagen komt halen…!?  
  5. Nog enkele andere practische tips:
  1. Zeker dagelijks een electrolieten drankje meenemen (Wij nemen Isostar tabletten!)
  2. Wij hebben puur water in de Camelbak en water met Isostar in de drinkbussen
  3. Naast een zonnebril ook een neutrale beschermbril meedoen (ook al draag je geen bril) dit om bij donker weer door de bossen te rijden; dit beschermt je ogen tegen laaghangende takken en braamstruiken. 
  4. In de Auvergne ben je enkele dagen op meer dan 1000 meter hoogte: ’s morgens kan het bitterkoud zijn op de fiets! Best een extra jasje meenemen.
  5. Checken bij hotelletjes wanneer je kunt inchecken
  6. Checken of ze een veilige fietsenstalling hebben bij boeking (indien geen “partenaires van de GTMC”)

GENIET ER VOOORAL VAN !!!!