La Velodyssee

Fietsen van Lacanau-Océan naar Morlaix

Van 4 juni tot en met 15 juni 2018

map VD

Vooraf:

1. La Vélodyssée (VD) in Frankrijk loopt officieel van Roscoff naar Hendaye, van noord naar zuid dus; eerst door Brittannië, dan door La Vendée en vanaf La Rochelle langs de Atlantische oceaan. Ze is onderdeel van de Europese Fietsroute Eurovelo 1 (EV1) die  Bergen in Noorwegen met Sagres, het zuidwestelijke puntje van Portugal verbindt.

2. Ze werd in 2013 door de Nederlandse Fiets- en Wandelbeurs en in 2017 door de Franse evenknie ervan als Europese Fietsroute van het jaar uitgeroepen.

3. Wij besloten het eind tussen Lacanau-Océan naar Roscoff te fietsen – zo’n 850 km. Om dan via de Tour de la Manche – de Kanaal route – en deel van de EV4 langs de kust naar Ouistreham te rijden, en vandaar La Vélo Francette (VF) te starten (zie ons reisverslag VF).

Dus eigenlijk een grote lus vanuit Bordeaux, langs de Atlantische kust door Bretagne (VD) en terugkeren via Normandië (VF). En in die richting omdat we veronderstelden dat de wind langs de Franse kust – zoals in Belgie – overwegend uit het zuidzuidwesten komt en de VD dichter de kust volgt. Dit bleek overwegend een goeie en juiste veronderstelling te zijn!

4. Vorig jaar hadden we al het kleine stukje van de VD tussen Cap Ferret (aan de overkant van Arcachon) en “Dune de l’Amour” gereden. De VD leek ons veelbelovend toen: fietsen door bebost duingebied op autovrije paden en grotendeels langs de kust en vlak. Meer moet dat niet te zijn…!

5. We gebruikten als gids “La Vélodyssée” van Paul Benjaminse, Benjaminse Uitgeverij, 2018. Een vrij goeie gids (maar werd als eerste druk te snel uitgegeven met heel wat ergerlijke taal- en drukfouten!).

6. GPS-routes zijn te downloaden op http://www.lavelodyssee.com. De GPS komt toch wel dikwijls goed van pas!

7. Over deze VD is al veel verschenen in de “vakpers”, dus we zullen vrij summier en enkel over onze ervaringen, indrukken en aanbevelingen berichten.

8. Zoals in het “vooraf” van onze andere fietsreizen al meegegeven: we fietsen met Koga Worldtraveller, 40 mm banden en enkel achter bepakking. Geen tent, wel een “bug bivy” van Outdoor Research, om een rustige siësta te kunnen doen! Met picknick en 2 flessen water ongeveer 10-12 kg bepakking. Schitterende fietsen (helemaal overtuigd, nu na 4500 km!)

9. We begonnen onze fietsreis in Bordeaux. We reisden eerst met de trein van Le Buisson naar Bordeaux (we verbleven in http://www.leraysse.com in St Cirq, een heerlijk vakantieverblijf!) . Fiets gratis en ook wel comfortabel – want nog geen zomervakantie – op de TER trein.

10. Hieronder vermelden we bij iedere etappe de afstand, de tijd in het zadel en het aantal meters klimmen (bij vlak of zo goed als, vermelden we niets)

vd logo

Dag 1: van Bordeaux naar LACANAU-OCEAN. 71 km, 3h 35 min

Merk op dat bij aankomst van TER treinen in la gare de St. Jean in Bordeaux er geen roltrap noch lift is om van het perron naar het hoger gelegen stationsgebouw te komen. En bij het zien van bepakte fietsen kijkt iedereen nog intenser naar zijn of haar smartphone…

Buiten het station even rondkijken. Je kunt er bijna onmiddellijk – zo’n 50 meter ten noorden – groene fietsbordjes zien. Vind en volg de juiste: de EV3 brengt je ook naar Noorwegen maar via Parijs, Royan is verkeerd want gaat via Blaye, Sète brengt je naar le Canal du Midi! Onze bestemming wordt aangegeven als Lacanau-Océan of EV1 of het symbool voor de VD.

Je volgt eerst de boorden van de Garonne in een majestueuze setting! De route brengt je verder door een stuk nog te renoveren stad en langs Bordeaux-Lac met mooie sport accomodaties aan jouw rechterkant. Daarna volgt – weliswaar op degelijke fietspaden en goed aangeduid – een hels stuk onder, door, boven en langs op- en afritten van auto en ringwegen om in “Bruges” re raken.

Vanaf Eysines kan je weer rustig ademen en wordt het mooi: je komt op een voormalige treinroute door naaldbos zoals door de Landes de Gascogne. Helemaal zo tot Lacanau en verder naar Lacanau-Océan.

Lacanau-Océan is een wat vergane glorie en begin Juni nog zeker niet van plan om in werk modus over te schakelen. Jammer! Want het ligt er wel mooi langs de Atlantische kust!

Plaats gevonden in de Best Western Golf voor 131 € met ontbijt. Je moet er wel even voor terugrijden richting Lacanau en de aanduidingen voor het hotel zijn duidelijk voor automobilisten bedoeld, niet voor fietsers… Maar de locatie is in schitterend bos en golfterreinen en dus kamers en terrassen uitkijkend op rustgevend groen. Maar onbegrijpelijk dat men zich beroemt op zo’n belachelijk design van de kamers, vooral de badkamers, door blijkbaar een bekende ontwerpster… Het restaurant was ook geen giller.

Dag 2: Van Lacanau-Océan naar ROYAN : 86 km (naar de haven van Le-Verdon-sur-Mer), 4h 33 min. 360 m klimmen.

De route start opnieuw tussen le Huga en Le Moutchic. Een prachtige dag fietsen, eerst op autovrije paden tot aan Carcans-Plage, wel met enkele pittige duinhoogtes. Vanaf Carcans-Plage tot even voor Montalivet rij je op een dienstweg van het bosbeheer waar deze tijd van het jaar vrijwel geen verkeer op zit. Van Montalivet tot aan de overzet weer autovrij.

Je rijdt de hele dag langs en door duinen die de oceaan moeten afhouden, door bos en heide, langs schrale gronden en dus geen akkerbouw en vooral: verlaten. Ongelooflijk dat op minder dan 30 km naar het oosten je de meest beroemde domeinen van de Médoc vindt!

Na 50 km geluncht in Montalivet-les-Bains, een De Panne van zo’n 50 jaar geleden. Soulac-sur-Mer heeft dan weer meer karakter, of beter: heeft zijn oorspronkelijke karakter weten te behouden met bekoorlijke Belle Epoque villaatjes, een eerder gezellig winkel-wandelcentrum en toch wel met een zeer imposante kerk voor zo’n klein stadje.

De ferry naar Royan over de monding van de Gironde gaat buiten het seizoen om het anderhalf uur; 5 € pp, fiets gratis, ticketjes te koop 45 min voor vertrek. Overzettijd: 30 minuten. Koffie bij het wachten in Brasserie du Port of Brasserie du Phare.

In Royan hebben we de nacht doorgebracht in Hotel Foncillon, een Interhotel, voor 90 € incl ontbijt. Goed. Maar het regende en we hadden geen zin om veel rond te rijden…! Maar er is veel gezelligers te vinden:  ofwel kies je voor het hele lange strand van Royan – La Grande Conche –  en dus ga je even zuid; ofwel voor oud en klassevol en fiets je eventjes verder langs de kust omheen de bunker van Royan richting Vaux-sur-Mer en ga je bijvoorbeeld naar Hotel Miramar of Hotel Bellevue. Nog een 5 km verder is het prachtige St-Palais-sur-Mer met twee mooie Logis de France (LdF): Hotel de la Plage en Hotel Villa Ouest.

Ook Royan leek ons niet veel zaaks eerst maar het bleek toch wel een mooie en aangename stad te zijn met het strand als centrale schoonheid en her en der fraaie Art Deco voorbeelden! Zeker de moeite om een avondje in rond te slenteren of in rond te fietsen.
Zeer lekker gegeten in Restaurant Le Petit Bouchon in de haven van Royan. Vis en heerlijk Frans!! Reserveren vereist!

Dag 3: Van Royan naar ROCHEFORT: 87 km, 4 h 52 min, 281 m klimmen

Vaux-sur-Mer en St-Palais-sur-Mer zijn prachtige plaatsjes, maar La Palmyre misschien wel nog mooier door zijn schitterende ligging. Ook de route blijft uitzonderlijk en wondermooi op autovrije en net geasfalteerde paden afwisselend door bos (toch blijven uitkijken voor boomwortels!) en langs de kust. Dit door le Foret de la Coubre helemaal tot in Ronce-les-Bains waar je de hoge brug over de Seudre over moet naar Marennes.

Gepicknickt aan le Château la Gataudière dat zich adverteert voor allerhande extreme sport activiteiten en dat ook het Chateau Fort-de-St-Jean-d’Angle aanprijst voor “loisirs médiévales”. Hierbij stel ik mij voor dat naast sjoelbakken en schieten op de staande wip, ook vierendelen en brandstapels maken op het programma staan…

Vanaf het kasteel wordt het wat hobbelig (“route deformée”) en het blijft zo doorheen de Marais de Brouage. Je kan er naast watervogels ook exotische – of eerder voorhistorische – soorten runderen zien met lange haren en karaktervolle koppen. Blijkbaar soorten die kunnen aarden op schrale gronden.

De route gaat verder onverhard maar wel vlot langs het kanaal de la Charente à la Seudre en verder over de Charente om een grote oostelijke bocht te maken vooraleer nog even door een stuk vierde wereld in Tonnay-Charente te gaan en langs een vervelend eind drukke weg om dan eindelijk Rochefort binnen te rijden.

Noteer dat je in St.-Agnant, dus nog langs het kanaal, die hele oostelijke omweg en die drukke wegen kunt afsnijden zo je wilt door noord te gaan. Dit vonden we uit in het terugkeren: (VF van La Rochelle naar St.-Palais-sur-Mer). Dus nadat je onder de D733 bent gegaan, verlaat je het kanaal en ga je richting en door Echillais (eerst Avenue du Canal de la Bridoire, over het kanaal naar rechts Rue du Stade, dan Rue de la Limoise, dan 733 E1 zoeken in Echillais (ligt ten westen). Je blijft verder noord gaan tot je op de Charente en het veer botst, naast de imposante D733 brug over de Charente. Alles samen zo’n 3-4 km van het kanaal naar de Charente. (Wanneer je van La Rochelle komt, net buiten Rochefort volg je dan niet “la gare” maar blijf je de Charente volgen om zo bij de overzet te komen.)

Na de overzet ben je in Soubise en kan je vooralsnog kiezen om Rochefort binnen te rijden of rechts te laten liggen en direct naar Vergeroux verder te gaan. Wij hebben in Rochefort geslapen maar waren er niet direct ondersteboven van.

In Rochefort bleven we in Hotel Rocafortis voor 92 € , ontbijt inbegrepen. Goed. Maar wel zeer lekker gegeten in O’Gabier op de Quai du Tonkin, een familierestaurant zonder franjes maar oerdegelijk!

Dag 4: van Rochefort naar LA-TRANCHE-SUR- MER: 117 km, 6h 31, 211 m klimmen.

Noteer dat er een nieuwe, volledig gemarkeerde fietsroute die de Charente volgt, is gestart vanuit Rochefort: La Flow Vélo. Die eindigt 290 km verder in Thiviers in het department Dordogne-Périgord.  In 2019 gaat die verder naar Périgueux.

Even zoeken om weer buiten Rochefort te komen en opnieuw langs wat drukke wegen, maar ok vanaf Vergeroux! Dan volg je een tijdje de autoroute des Oiseaux, maar niet te dicht of echt onaangenaam.

Tot dé ontdekking van die dag: Châtelaillon-Plage!! Is voor ons een van de mooiste plaatsjes langs de Atlantische kust! De dijk begint al met ‘s werelds mooist gelegen kapsalon: Chez Olivia (en er recht tegenover het vis restaurant Le Poseidon).

Fiets verder langs het strand!  Volg eventjes NIET de VD over de brug maar gewoon verder rijden op de autovrije dijk, opnieuw afgeboord met bekoorlijke 19e eeuwse huisjes. Een aanrader om te overnachten! Kan aanzien worden als het De Haan van de Franse kust maar nog een dimensie mooier! (Merk wel op: het was donderdag 7 Juni en dus heel rustig…). Indien je er wilt blijven slapen, dan wellicht eerder in een van de  kleinere, gezelliger uitziende hotelletjes: Hotel Clarion les Flots en Hotel les Goélands, beiden langs het strand.

De weg vervolgt rustig met een indrukwekkende aankomst in La Rochelle op de Quai Simenon en de Avenue de Mulhouse met zicht op de oude haven. En ook heel fiets en wandelvriendelijk! De stad lijkt daardoor al direct heel sympathiek!

Een terrasje aan de andere kant van het Office de Tourisme gekozen voor mosselen met friet. La Rochelle is een stadje waar je gerust een avond kunt in rond wandelen, maar wel druk! (Hebben we trouwens gedaan in het terugkeren! Zie VF verslag).

Na de koffie doorgereden: La Velo Francette begint samen met de VD op eerst een mooi pad langs het kanaal tot in Marans (waar we bij nader inzien beter zouden overnacht hebben – in Port de Marans, eventjes verder naar het westen). In Marans splitsen de VD en de VF. Wij volgden verder het Canal Maritime; daarna loopt de route door open velden/polders en dit voor heel wat kilometers.We hadden nogal wat tegenwind tot en met St.-Michel-de l’Herm (1 hotelletje: St Michel, gesloten die dag).

Daar ben je nog altijd in het binnenland en dus kan je beter nog wat doorrijden naar La Tranche-sur-Mer. Dit is een vrij karaktervol stadje aan zee met een charmant autovrij centrum.
Verbleven in Hotel les Dunes voor 94 € incl bf. Goed. Alternatief: Hotel de la Mer (LdF) net vóór La Tranche. Diner in Equinoxe met een prachtig terras aan de zee, lekker maar vrij duur en een beetje arrogant (“snotty” in het Engels klinkt juister). Er zijn nog heel wat andere restaurantjes maar dan in het centrum.

Dag 5: Van La-Tranche-sur-Mer naar ST.- JEAN- DES- MONTS: 103.7 km, 370 m klimmen, 5h 45 min.

Vanaf Marans ben je in de Vendée en de Voie Verte “La Vendée à Vélo” loopt samen met de VD. Je zult meestal alleen aanduidingen zien hiervoor en dikwijls enkel met groene verf op de grond! Dus groen op de grond betekent: wellicht de juiste weg! Voor zover dus de integratie met de Eurovelo….

Dit is een dag met 2 prachtige stukken polder: na Jard-Sur-Mer en na Olonne- Sur -Mer. En met 2 prachtige en zalig rijdende stukken route op een zeer vlakke,  “goedlopende” ondergrond met minimale wrijving, dwz verharde, goed aangedrukte grindweg met een dunne laag zand er bovenop.  Zeer gezwind fietsen dus van les Sables d’Olonne naar Olonne-Sur- Mer en van Brem-Sur- Mer naar Saint-Gilles-Croix- de- Vie. Maar soms wel met een klimmetje om het dessert na het diner te verdienen!

Lunch of koffie aan te raden in het wat mondaine maar gezellige Les-Sables- d’Olonne: de boulevards langs het strand (promenade Clemenceau & Lafargue) bieden heel wat keuze! Of meer couleur locale: de jachthaven aan de andere kant (ten noorden) van de boulevard! Les Sables verdient eigenlijk ook wel een overnachting!

Vanaf Saint-Gilles (valt tegen als stadje) blijft het plezant rijden langs de kust.
Verbleven in Hotel l’Espadon, een LdF, voor 114 € incl bf. St Jean-de-Monts is als plaatsje niet onweerstaanbaar. Maar de ligging langs de hoge kustweg van Sion-sur-Mer bijna helemaal tot La Barre-de-Monts is best aantrekkelijk.

Diner in “Bar à Moules” met een gezellig terras en uniek meubilair. “Tacky”, maar ok. Hier hadden we Bouchots mosselen; in La Rochelle “Cordes”.

Dag 6: Van St -Jean-des-Monts naar PORNIC: 85 km, 4h 47 min, 297 m klimmen.

MERK OP:  indien je de passage du Gois wilt nemen die alleen bij eb te fietsen is, best even het Office de Tourisme binnenwippen om de tijden van de getijden te weten!

Tot en met La Barre des Monts prachtig en onverhard maar ook weer beter dan gelijk welke verharde ondergrond! En glooiend door bos en duinen. Vanaf La Barre krijg je ook betere en meer aanduidingen want de VD loopt even samen met de Vélocéan!

Vóór St Urbain moet je Beauvoir-Sur-Mer volgen als aanduiding om niet via Gois te gaan!
Vanaf Port du Bec kan het stevig duwen zijn indien de wind “verkeerd” zit want je bent er in een open vlakte, langs de zee met weinig of geen bescherming! En dit helemaal tot in Les-Moutiers-en-Retz. Wellicht goed om weten dat er langs de route enkele zeer verleidelijke restaurantjes zijn; het was zaterdag middag en de parkings ervan stonden goed gevuld: Le Mord’eau in Port Bec, L’Ecume Gourmande in Bouin, Maison de l’Eclusier en le FabRic in Port du Collet…

Vanaf La Joselière blijf je “hoog” rijden tussen bebouwing maar bij kruispunten zie je de zee uitnodigend links liggen… Indien de vorm ok is die dag, toch even naar beneden rijden, lijkt ons! Voorbij de Pointe de Gourmalon zie je ineens het glorieuze Pornic voor jou. Onverwacht! Een mooie jachthaven (bij vloed nog mooier!) met een pittoresk stadje erachter!

Geslapen in Hotel Bellevue, 114 € incl bf. Gegeten ernaast in l’Ana Gram (dit ziet eruit als een koffieshop maar heeft verrassend lekker eten!). Voor een meer luxueuze setting: Restaurant Le Chateau op de Plage du Chateau. Zeker ook een ijsje halen in La Fraiserie!

Dag 7: Pornic to NANTES: 92 km, 5h 12 min, 409 m klimmen.

Tot en met St Michel-Chef-Chef (de naamgever stotterde even bij aangifte op het stadhuis) en St-Brevin-l’Océan is het leuk rijden. Dan wordt het vervelend rijden door St Brevin-les-Pins door…..de massa verkeersdrempels! Vervolgens doen het zicht op St. Nazaire en de vergane industrie ernaast je “door-peren” tot Paimbœf. Hier moet je zeker stoppen aan de Loire in het authentieke Café de la Loire!

Het kanaal de la Martinière brengt je tot in de voorstadjes van Nantes waar het nu en dan flink klimmen is… Ook onverwacht! Verder wat saai tot het centrum van Nantes. Maar die stad ziet er verrassend anders uit!

Nantes experimenteert onder andere ook met in het verkeer voorrang te geven aan de fietser. Je kan er jezelf opens in het midden van de straat zien fietsen, met de auto’s langs jou en aan de kant van de weg …. We zijn er niet lang genoeg geweest om er de hersenen te laten aan wennen. Hopelijk zijn die van de lokale automobilisten er al gewoon aan…

Zeer basic geslapen in Interhotel Novella voor 61 € maar zeer lekker en gezellig gegeten in Le Patio, Rue Emery. Een aanrader!

Dag 8: regendag : geslapen in La Chappelle Sur Erdre: 11 km verder…

Zoals ook in het verslag over het Canal du Midi geschreven: eenmaal op de fiets valt het moeilijk om er een dagje van te blijven en een stad te gaan bezoeken! De rust van het fietsen in open natuur en zeker op autovrije paden werkt gewoon verslavend!
Maar die dag waren we dus beter wel gebleven en met de paraplu op stap gegaan in Nantes!
Het begon te gieten vanaf de late morgen tot een heel eind in de namiddag! Gelukkig mochten we schuilen in de lobby van het B&B Hotel in La Chapelle-sur-Erdre. We kregen er ook alle croissants die nog van het ontbijt over waren. Het hotel bleek echter volzet voor die nacht. Geslapen wat verder in de Best Western waar onze fietsen een plaatsje kregen in ……de bagage kamer. Tot nu toe de meest luxueuze berging voor onze vurige rossen!

Dag 9: Van La-Chappelle-sur-Erdre naar REDON: 93 km, 5h 11 min, 234 m klimmen.

Sucé-sur-Erdre is een schattig plaatsje met mooie jachthaven; lijkt wel een dorpje om op pensioen te gaan! Wat verder begint het Kanaal van Nantes naar Brest en dat volg je voor de volgende 300 km. Heerlijk rustig en mooi! Onverhard maar goed berijdbaar en best onderhouden!

Het kanaal is niet een gestrekte waterweg wat je er meestal bij voorstelt, maar eerder een serie riviertjes en beken en kanalen die via een ongelooflijk aantal sluizen de verbinding tussen die twee steden maakt.

Met de hevige regen van de dag ervoor was de Isac, de rivier naast het kanaal buiten zijn oevers aan het treden, het kanaal instromend. Na Blain riskeerden we het enkele keren om door het water te rijden. Was bij nader inzien waarschijnlijk riskant… (Er stond geen markering en (nog) geen “route barrée”; indien wel zouden we toch doorgereden zijn! Zie “vooraf” bij VF-verslag!)

Langs het kanaal zijn niet veel voorzieningen; waarschijnlijk was het nog vroeg in het seizoen en vanwege het lange slechte weer, wat er aan restaurantjes is was nog gesloten.
Dus afrijden in Blain of Guenrouet indien nodig.
Geslapen in Hotel Queen Serenity voor 78 € incl bf. Elke kamer blijkt er een ander thema te hebben. Wij sliepen in de “kosmos” kamer met een foto van ons zonnestelsel op de muur.

Gegeten in La Cuillière de Bois: gezellig en heel Frans: de bazin bestelt en de baas aan het fornuis. Lekkere wijn ook, de planeten begonnen er van te tollen in onze kamer..

Dag 10: Van Redon naar PONTIVY : 117 km, 6h 30 min, 211 m klimmen, 176 dalen.

Vanaf Redon wordt het nog mooier! Zeker stoppen aan île des Piés: ziet er een aantrekkelijk plaatsje uit voor escalade en abseiling. Malestroit: leuk stadje en ideale picknickplaats. Josselin: “un des plus beaux villages..”, het bezoeken waard maar wel druk!.

En Rohan: een snoezig plaatsje – waar wij beter waren blijven slapen en dat in B&B Villa Tranquilité dat er prachtig langs het water ligt! (Noteer dat de afstands aanduidingen voor Rohan serieus verkeerd zijn: in plaats van 17 km zoals aangeduid in Josselin hebben we er heeel wat meer gedaan!)

We zijn dus verder gereden en geklommen naar Saint-Gérand waar je het hoogste punt van het kanaal bereikt. Wel leuk fietsen langs mooie sluisjes en door bos. En een heerlijke afdaling naar Pontivy. Maar deze stad viel ons tegen: vreemde sfeer…

We sliepen in Hotel du Château (fiets staat buiten geparkeerd, wel op binnenplaats) voor 114 € incl bf. En verkeerde restaurant gekozen.

Dag 11: Van Pontivy naar CARHAIX-PLOUGUER. 92 km, 5h 22 min, 402 m klimmen, 321 dalen.

Eerst moet je een stevige klim tot op de Mǔr-de-Bretagne (als verkenning voor de Ronde van Frankrijk een maand later …) met daarna een onbeschrijfelijk zalig stuk op een oude spoorweg langs de Lac de Guerledan helemaal tot aan de abdij van Bon Repos, de gepaste naam voor een fantastische stopplaats! Met restaurantje aan de overkant van de rivier (maar gerund door amateurs…). En: de abdij heeft blijkbaar ook slaapplaatsen!

Daarna op naar Carhaix-Plouguer, maar noteer dat we nog nooit zo ver naar een bestemming hebben moeten fietsen! De aanduidingen voor Carhaix zijn hilarisch: eerst 39 km, dan 42 km, dan 50 km. Hoe langer je rijdt hoe verder je van Carhaix blijft…

De route blijft mooi maar klimt wel wat tot aan Glomel waarna ze overgaat op een verharde maar hobbelige weg; dan weeral liever onverhard! Na Gouarec (ligt er mooi bij te wezen; en met camping met cafe) zijn er niet veel voorzieningen meer langs het kanaal. De crêperie waarvan sprake en ergens tussen Glomel en Gouarec bleek gesloten. De lekkerste pannenkoeken en in overvloed krijg je in Normandië en in Brittannië trouwens toch meestal bij het ontbijt!

Nog een stevige klim om Carhaix-Plouguer binnen te rijden!

De stad wordt zo’n beetje als de hoofdstad van het Bretoens aanzien. Lang voor de stad krijgt ook het kanaal overal de naam Kanol Naoned-Brest mee (ik waande me in Oost-Vlaanderen ..!). De meest triviale en voor de hand liggende dingen krijgen er trouwens allemaal een bordje in het Bretoens. …

In Carhaix sliepen we in Hotel Noz Vad – Goeie Nacht! – voor 97€ incl bf (met pannenkoeken!). Voor de verandering couscous gegeten die avond in la Brasserie. Goed!

Dag 12: van Carhaix-Plouguer naar MORLAIX : 50 km, 2h 54 min en 296 m klimmen, 382 dalen.

Eens buiten Carhaix is het niet makkelijk de weg te vinden (het Office de Tourisme heeft wel een kaart van Carhaix waar de VD als Voie Verte aangegeven wordt!) De GPS toonde ons de weg:  je volgt de D787, na DS Smith Packaging Bretagne (aan de linkerkant van de weg) en aan het rondpunt, ga je rechts. Na ongeveer 150 meter, klein wegje links. Daar kom je bijna onmiddellijk op een onverharde voormalige spoorweg.

Van Lacmaria station gaat het op een uitgewassen weg – onverhard, door regen weggespoeld en druk bereden door tractoren – en lichtjes klimmend. Waar het begint te dalen wordt de weg weer heel wat beter en zo sjees je gezwind door naar Morlaix! Roscoff is nog een 30 km verder.

We beslisten daar om niet de Tour de la Manche te rijden vanaf Roscoff om ons naar Ouistreham te brengen. Dit omdat we vreesden in tijdsgebrek te komen om de VF volledig af te fietsen. Dit doen we dan wel een volgende keer wanneer in de buurt; staat wel hoog op onze “te doen” lijst! We hebben in Morlaix de trein genomen – een hele steile klim om bij het station te komen!! – via Rennes naar Caen. Dan naar Ouistreham (zie VF verslag).

CONCLUSIES VELODYSSEE:

1. Doen! Zalig rustig! Door schitterende natuur op fantastisch goeie paden! En vrijwel autovrij. Langs de zee, door pittoreske stadjes, langs kanalen, door bekoorlijke dorpjes. Door bos en heide, langs strand en zee…. Afwisselend, maar altijd mooi!

2. Indien je iemand zou moeten overtuigen hoe heerlijk fietsen kan zijn – bestaat er zo iemand? – of indien je iemand zou moeten overtuigen opnieuw te fietsen maar dan op een e-bike, dan kan je zeker het volgende aanraden:

a. Van Cap Ferret naar Royan en verder naar Palmyre!
b. Van Les-Sables-d’Olonne naar Olonne-Sur- Mer en van Brem-Sur- Mer naar Saint-Gilles-Croix-de-Vie.
c. Van Sucé-sur-Erdre helemaal naar Roscoff, dus eigenlijk het hele kanaal van Nantes naar Brest!

3. Stadjes of dorjes waar we bij een volgende keer waarschijnlijk zouden blijven voor de nacht:

1. Beginnen in Cap Ferret (dus niet in Lacanau-Océan beginnen of verblijven als het niet echt moet): Met de trein naar Arcachon, de stad en Dune de Pilat bezoeken en s’avonds de ferry nemen naar Cap Ferret en daar overnachten.  (Alternatief: in Pyla-sur-Mer slapen en de dag erna de ferry nemen). (Dus niet via Arès en Andernos fietsen;  daar vonden we niet veel aan vorig jaar…)

2. Naar Royan (alternatief: Vaux-sur-Mer of St. Palais-sur-Mer)

3. Naar Châtelaillon-Plage

4. Naar Port de Marans (even afrijden van de VD en de VF volgen voor ongeveer 1.5 km)

5. Naar Les Sables d’Olonne

6. Naar Pornic

7. Naar Nantes (alternatief: Sucé sur Erdre)

8. Naar Guenrouet (check B&B Ty Canal d’or)

9. Naar Malestroit

10. Naar Rohan (Josselin bezoeken! Alternatief: hier slapen)

11. Naar Saint-Gelven: abdij van Au Bon Repos

12. Naar Berrien (Chambres in Maison de Marquisards) ofwel Huelgoat (Hotel du Lac): voor beiden 1-2 km afrijden van route! Dus niet in Carhaix-Plouguer blijven als het niet echt moet..

13. Naar Roscoff

5. Enkele mooie lussen of rondritten: wanneer je kijkt op afv3.org : les grands itinéraires vélotouristiques de France (https://www.af3v.org/-Carte-des-grands-itineraires-.html)  dan kan je door een combinatie te maken van onderstaande, goed aangeduide routes  fantastisch mooie lussen maken door het westen van Frankrijk zonder echt afhankelijk te zijn van veel openbaar of eigen vervoer!

  • La Vélodyssée
  • EV4 (Kanaalroute, loopt verder naar Oostende;  met de EV5 kan je naar Rijsel en Avelgem (langs de Kwaremont, niet er over…!))
  • La Vélo Francette
  • La Loire à Velo
  • La Véloscénie (Van Parijs naar St.Malo).
  • Van Royan naar Bordeaux via Blaye (zie eigen verslag)

Zie hieronder een voorbeeld van een prachtige lus: VD van La Rochelle naar Nantes, La Loire a Velo naar Saumur, VF naar La Rochelle.

route combination VD VF Loire